Slechthorendheid - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Slechthorendheid

Slechthorendheid op latere leeftijd


Communiceren is moeilijk als je niet goed hoort.

Als doofheid ontstaat nadat de spraak- en taalontwikkeling (grotendeels) zijn voltooid, wordt dit doofheid op latere leeftijd genoemd. De patiƫnt heeft dus gewoon leren spreken en de verstaanbaarheid van de spraak is goed.


Het gehoorverlies kan plotseling ontstaan, de zogenaamde plotsdoofheid. Het gehoor kan ook in een aantal jaren verloren gaan en wordt dan laatdoofheid genoemd. Dit laatste moet niet verward worden met de zogenaamde ouderdomsslechthorendheid, waarbij het gehoor verslechtert door versnelde veroudering van het binnenoor.

Wanneer iemand op latere leeftijd doof wordt, heeft dat zeer ingrijpende gevolgen. Er ontstaan grote problemen in de onderlinge communicatie, in het zelfstandig functioneren en in het werk. Bij plotsdoofheid gebeurt dit soms van de ene op de andere dag. Iemand die dit treft heeft een verleden als horende en hij of zij beseft het verlies van het gehoor goed. 

Soms is het mogelijk om met een hoortoestel nog wel wat geluid waar te nemen, maar dit is vaak niet genoeg om spraak te verstaan. Een hoortoestel lost echter niet alle problemen op. De logopedische behandeling is er daarom op gericht de communicatie zoveel mogelijk te herstellen. Leren spraakafzien (liplezen) kan belangrijk zijn.
Algemene communicatieadviezen kunnen worden doorgenomen. Of indien er specifieke situaties zijn waarin u klachten ondervindt kan samen gekeken worden naar mogelijke aanpassingen of oplossingen samen met u en/of uw omgeving.

Voor links over dit onderwerp, kijk op deze pagina.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu